zondag 30 september 2012

Afghanistan: gesneuvelde, omgekomen en overleden militairen

Naar aanleiding van de film 'Gesneuveld' van regisseur Robert Oey onderstaand een overzicht van de Nederlandse militairen die in Afghanistan omkwamen sinds het begin van de missie in Uruzgan in 2006.

• 26 juli 2006: Overste Jan van Twist (47 jaar, Hoofd Sectie Operationeel Recht bij de Stafgroep Juridische Zaken van de Luchtmacht). Sergeant Bart van Boxtel (29 jaar, commandant van het Force Protection Team van het Contingentscommando in Kabul. Samen met andere passagiers en bemanningsleden omgekomen bij een helikoptercrash in de provincie Paktika.


Michael Donkervoort
• 31 augustus 2006: de F-16 van kapitein-vlieger Michael Donkervoort stort neer, terwijl hij onderweg is van Kabul Airfield om luchtsteun te verlenen aan Britse troepen in de provincie Helmand. Om onbekende redenen werkt de schietstoel niet; de jachtvlieger komt om het leven.


• 11 oktober 2006: sergeant Wim Dijkstra pleegt met zijn dienstwapen zelfmoord op Kamp Holland.


Robert Donkers
• 6 april 2007: Sergeant der eerste klasse Robert Donkers komt om het leven bij een ongeluk met een Patria-pantserwagen. De Patria kantelt als gevolg van een wegverzakking,  het slachtoffer raakt bekneld.


Cor Strik
• 20 april 2007: de 21-jarige korporaal Cor Strik van de Luchtmobiele Brigade sneuvelt tijdens een patrouille ter ondersteuning van een Amerikaanse eenheid bij de stad Sangin (provincie Helmand). De korporaal stapt op een explosief en is op slag dood. Hij is de eerste gevechtsdode tijdens de Nederlandse inzet in Afghanistan. Bij het bergen van zijn stoffelijk overschot komt een Amerikaanse sergeant met Nederlandse familiewortels, Alex van Aalten, ook om het leven.


Timo Smeehuijzen
• 15 juni 2007: de 20-jarige soldaat eerste klas Timo Smeehuijzen sneuvelt bij een zelfmoordaanslag met een autobom in Tarin Kowt. Ook vijf Afghaanse kinderen en een aantal volwassenen verliezen het leven.


Jos Leunissen
• 18 juni 2007: de 44-jarige sergeant-majoor Jos Leunissen komt om het leven bij gevechten rondom Chora.  Er doet zich een ongeluk voor bij het afschieten van een mortiergranaat tijdens de heftige 'Slag om Chora'. Drie van zijn collega's raken gewond.


Tom Krist
• 12 juli 2007: Eerste luitenant Tom Krist (24) overlijdt in het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht. Hij raakt op dinsdag 10 juli zwaargewond bij een zelfmoordaanslag in Deh Rawod.


Martijn Rosier
• 26 augustus 2007: Sergeant Martijn Rosier (30) sneuvelt wanneer hij ten noorden van Deh Rawod een explosief onschadelijk probeert te maken.


Tim Hoogland
• 20 september 2007: Soldaat eerste klasse Tim Hoogland (20) komt om bij een langdurig vuurgevecht bij Deh Rawod. Hij is de eerste militair die tijdens de missie in Uruzgan sneuvelt door vijandelijk vuur.


Ronald Groen
• 3 november 2007: Korporaal Ronald Groen (21) sneuvelt. Hij zit in een Fennek pantserwagen die ten noorden van Tarin Kowt op een bermbom rijdt.




Aldert Poortema
Wesley Schol





















 12 januari 2008: Soldaat Wesley Schol (20) en korporaal Aldert Poortema (22) sneuvelen door eigen vuur ten noorden van Deh Rawod.


Mark Schouwink
Dennis van Uhm




















 18 april 2008: Soldaat Mark Schouwink (22) en eerste luitenant Dennis van Uhm (23) sneuvelen tijdens een verplaatsing ten noorden van Tarin Kowt. Van Uhm is de zoon van generaal Peter van Uhm, die een dag eerder Dick Berlijn was opgevolgd als Commandant der Strijdkrachten. De militairen rijden met hun MB-jeep op een bermbom. Twee andere inzittenden raken zwaar gewond.



Jos ten Brinke
• 7 september 2008: De 21-jarige soldaat eerste klasse Jos ten Brinke komt om het leven in een YPR pantservoertuig dat op 19 kilometer van Kamp Holland op een IED rijdt. Vijf andere militairen raken gewond.


Mark Weijdt
• 19 december 2008: De 24-jarige sergeant Mark Weijdt komt om tijdens een vuurgevecht. Vermoedelijk stapte hij op een bermbom.


Azdin Chadli
• 6 april 2009: Bij een beschieting van Kamp Holland sneuvelt soldaat der eerste klasse Azdin Chadli (20).  Het is de eerste keer dat bij een beschieting op Kamp Holland militairen zijn getroffen. Er vallen vijf gewonden. De huidige Commandant der Strijdkrachten, Generaal Middendorp, komt met de schrik vrij.

Kevin van de Rijdt
• 6 september 2009: Bij een vuurgevecht in Uruzgan sneuvelt korporaal Kevin van de Rijdt. De 26-jarige militair van het Korps Commandotroepen maakte deel uit van Task Force 55.


Mark Leijsen
• 7 september 2009: Bij een aanslag met een geïmproviseerd explosief (IED) sneuvelt de 44-jarige sergeant-majoor Mark Leijsen. Bij de explosie raken drie Nederlandse militairen en een Afghaanse tolk gewond.



Jeroen Houweling en Marc Harders
• 17 april 2010: twee mariniers sneuvelen wanneer hun Viking-pantservoertuig ten noorden van Tarin Kowt op een bermbom rijdt. De slachtoffers zijn de 29-jarige korporaal Jeroen Houweling en de 23-jarige marinier der eerste klasse Marc Harders.


Luc Janzen
• 22 mei 2010: korporaal der eerste klasse Luc Janzen (25) sneuvelt bij de explosie van een bermbom in het district Deh Rawod. Bij de ontploffing komen ook een Franse kapitein van een OMLT-team en een Afghaanse tolk om het leven. Vier militairen raken gewond, waarvan twee zwaar.


Fons Dur
• 17 november 2010:  Reserve Luitenant-kolonel-Arts Fons Dur  (56) overlijdt door hartfalen op Kamp Holland.


Totaal aantal doden sinds het begin van de missie op 1 augustus 2006: 25

Waarvan in Uruzgan: 21

Doodsoorzaak: 
bermbommen (IED's):  11
Ongelukken: 5
Vijandelijk kleinkaliber vuur: 2
Eigen vuur: 2
Zelfmoordaanslagen: 2
Raketaanvallen: 1
Zelfdoding: 1
Natuurlijke dood: 1

(Defensie weblog, 30 september 2012)

De Rotterdam op piratenjacht - deel 5: Medische zorg op zee (blog)

Wij stellen ons eerst even voor:

Sergeant der 1e klasse Deborah van Rossum, werkzaam bij de Koninklijke Landmacht als Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV) in Ermelo. Tijdens deze missie ben ik werkzaam op de traumaopvang van Role 2-ziekenhuis aan boord van Hr. Ms. Rotterdam.

Sergeant der 1e klasse Sanne Klootwijk, werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht als AMV en flightnurse op het Defensie Helikopter Commando (DHC) in Gilze Rijen. Tijdens de missie vervul ik 3 taken: AMV op de ziekenzaal in Role 2, medewerker perifere bloedbank en flightnurse voor het gewondenluchttransport.

Hr. Ms. Rotterdam
Dit is de eerste keer dat wij deelnemen aan een marinemissie en dus ook de eerste kennismaking met Hr. Ms. Rotterdam. Voor ons was het behoorlijk wennen. Werken op een schip is anders dan werken op het land en/of in de lucht. Het zeevast zetten van materiaal en het werken tijdens een hoge sea state (hoge golven en deining) is dan ook een uitdaging. Niet iedereen heeft zeebenen. We hebben uitgebreid kennis gemaakt met de verschillende dienstvakken en veel vragen gesteld. Nu zijn wij beter op de hoogte van het reilen en zeilen op het schip.

Forward Operating Base
Veel bemanningsleden hebben meerdere taken. Zo ook de verpleegkundigen in Role 2: naast onze taken aan boord ondersteunen wij de Forward Operating Base van de bootcompagnie van het Korps Mariniers. Deze taak hebben wij er onverwachts bij gekregen. Gelukkig hebben we er het beste van kunnen maken. Een FOB wordt gevormd door een landingsvaartuig (LCU) van de mariniers. Vanaf de FOB worden er met kleinere vaartuigen patrouilles gevaren langs de kust van Somalië om informatie te verzamelen. Je bent ongeveer 3 dagen weg van de Rotterdam en je gaat mee op patrouille. Het is een welkome afwisseling in de normale gang van zaken aan boord. Wel is het flink wennen aan de temperaturen, slapen met 38 graden is toch echt anders dan thuis! Ook is ons marinejargon bijgespijkerd tijdens deze dagen.

Spreekuur op zee
De bloggers tijdens het spreekuur in een LCU
Sinds kort worden er vanaf het schip ook medical clinics voor de bewoners van Somalische kustdorpen georganiseerd. Dat gebeurt vanaf een geïmproviseerde hulppost op een LCU met ondersteuning van de mariniers. Met artsen en AMV-ers draaien wij spreekuur voor de lokale bevolking, die met bootjes vanaf de kust naar ons toekomen.

Voor veel mensen is medische zorg een absolute luxe en dus worden onze spreekuren druk bezocht. Helaas was dit niet in onze voorbereiding meegenomen, maar we hebben met de middelen die beschikbaar waren een groot aantal mensen met hun klachten kunnen helpen. Tekenend is een man die 400 meter naar ons toe zwom om een prothese voor z’n been te vragen! We hebben veel bedankjes ontvangen en veel blije gezichten zien vertrekken.

Het werken op een schip is veelzijdig. Het is leuk om mee te draaien met de verschillende dienstvakken. Zo hielpen we een ochtend mee in de kombuis en ook de bakker en de wasserij weten we te vinden. Het is een hele klus om dag in dag uit voor 350 man te koken.

Post van thuis
Na 4 weken op zee zijn we er echt aan toe om de benen te strekken. Gelukkig kan dat ook tijdens havenbezoeken. En tijdens die havenbezoeken ontvangen we post van het thuisfront, dat is het leukste van alles!! Onze laatste haven was Salalah in het zuiden van Oman en daarna gaan we op weg naar de volgende bestemming. Anne Susan vertelt daar volgende keer meer over!

(Koninklijke Marine, 25 september 2012)

vrijdag 28 september 2012

'Twee maal niks of paars' (column Marineblad)

Ko Colijn*

Op het moment van schrijven lopen winnaar 1 (Mark Rutte) en winnaar 2 (Diederik Samsom) de deur uit bij verkenner 1 (Henk Kamp) en spreken voor de microfoon hun eerste voorzichtige liefdesverklaring uit. Te vroeg om te concluderen dat een tweepartijenkabinet in de maak is, maar het moet wel heel gek lopen als het geen paarse mengkleur krijgt.

Winnaar 1 wil miljarden op ontwikkelingssamenwerking bezuinigen en Defensie ontzien. Winnaar 2 wil precies het omgekeerde, een miljard euro op Defensie bezuinigen en ontwikkelingssamenwerking in tact laten. Wat heet, daar mag zelfs nog wat bij. Het debat van de dag gaat over de vermoedelijke manier waarop de twee partijen, PvdA en VVD, dit soort onverenigbare doelen zullen gaan verwezenlijken. Ik zie grofweg vier manieren.

De eerste is om het probleem op te lossen door halve maatregelen te nemen. Letterlijk: er wordt 500 miljoen euro op Defensie bezuinigd en ontwikkelingssamenwerking lijdt ook halve pijn. Oneerlijk, zegt de ontwikkelingsexpert. ‘Er is minder oorlog in de wereld dan vroeger en er zijn nog steeds anderhalf miljard mensen zonder schoon water: die 0.7% van het nationaal inkomen is aan ontwikkelingsprojecten goed besteed en internationaal verplicht’. Oneerlijk, zegt de generaal. ‘Defensie en ontwikkelingssamenwerking kennen totaal verschillende uitgangspunten. Op Defensie wordt nu al voor de tiende keer bezuinigd in twintig jaar, zelfs na 9/11 waren we de klos terwijl ieder land z’n defensiebudget toen verhoogde. Nu is OS een keer aan de beurt’. Uitkomst: (-,-)

De tweede manier is om Defensie en OS in een groter mandje te leggen, naast de rollators en de forensentax en de hypotheekaftrek bijvoorbeeld. Daar wordt dan een ‘taakstelling’ bij gezet en dan hangt het er maar van af wie het gelag betaalt. De huizenbezitter? Dan houdt Defensie misschien zijn onderzeebootdienst, of twee mijnenjagers, of OS trekt aan het langste eind. Erg bevredigend is het afruilen toch al niet, maar deze manier heeft als extra bezwaar dat je ineens Hollandse huizen en zeemijnen in de Straat van Hormoez tegen elkaar moet afwegen. Dat is toch lastiger dan het nut van een politiemissie vergelijken met het nut van een landbouwproject. Hoe dan ook: het kan met zo’n grotere mand beter, maar natuurlijk ook slechter uitpakken voor Defensie. Het ruilproces is ongewis, de arena is gevuld met onbekende rivalen. Uitkomst:
(-,+) maar we weten niet voor wie.

De derde manier is dat men nog eens nadenkt en de prioriteiten totaal herziet. Net als ze aan tafel gaan bij de formateur ontvangen de onderhandelaars een briefadvies van de Adviesraad InternationaleVraagstukken en lezen daarin dat de maat vol is: er kan geen cent meer bezuinigd worden op Defensie, op straffe van instorten van  de krijgsmacht en in de brief staat bovendien dat Nederland in dat geval zijn verdragsrechtelijke verplichtingen niet meer nakomt (!) en grondwettelijke taken niet meer kan uitvoeren. De onderhandelaars schrikken zich een ongeluk en besluiten Defensie hors categorie te verklaren: er zal niet op worden bezuinigd. (Deze optie steunen u en ik van harte, ook al is dat van die schending van verdragsrechtelijke verplichtingen wel wat kras). Uitkomst (+,+) . Kans dat het zo zal gaan: klein.

Blijft over optie vier. Aan een bezuiniging lijkt niet te ontkomen, je moet het altijd proberen maar de crisis is de baas. Defensie en OS laten zich niet tegen elkaar uitspelen. Beide zijn nodig en ze zoeken elkaar nu juist op. Veiligheid wordt een speerpunt van ontwikkelingssamenwerking. Zonder veiligheid geen economische ontwikkeling, geen mensenrechten, geen fatsoenlijk bestuur, geen misdaadbestrijding, en last but not least, geen handelspartner. Wordt de krijgsmacht dan een soort soft force? Helemaal niet. Vijfentwintig jaar geleden waren negen van tien van alle burgeroorlogen in de wereld  ‘nieuw’. Nu is dat ongeveer de helft, de andere helft is doorstartoorlog. We vergaten daar te stabiliseren, of deden het niet lang en robuust genoeg. Mijn voorstel zou zijn om de krijgsmacht, èn ontwikkelingssamenwerking, èn de BV Nederland te belonen door een groot deel van hun bezuinigingen terug te sluizen naar een veiligheid-voor-ontwikkelingsfonds. Uitkomst (+,+) . Oogt paars, maar is beter dan twee maal niks.

* prof. dr. J. (Ko) Colijn is defensiespecialist, directeur van ‘Instituut Clingendael’, redacteur van
Vrij Nederland en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

(Marineblad, oktober 2012)

donderdag 27 september 2012

Raymond P. genoemd in officiële aanklacht tegen vermoedelijke Russische spionnen in Duitsland

Raymond Poeteray
(De Nederlandse ambtenaar Raymond P. (Poeteray) wordt, weliswaar niet bij naam, genoemd in de aanklacht die op 14 september is uitgebracht tegen twee vermoedelijke Russische spionnen die onder een dekmantel in Duitsland leefden. De aanklacht is vandaag, 27 september, openbaar gemaakt. De passage over de Nederlander heb ik onderstreept, HdV)



Anklage wegen mutmaßlicher Spionage

Die Bundesanwaltschaft hat am 14. September 2012 beim Oberlandesgericht Stuttgart gegen zwei mutmaßliche hauptamtliche Mitarbeiter des russischen Auslandsnachrichtendienstes SWR Anklage wegen geheimdienstlicher Agententätigkeit (§ 99 Abs. 1 Nr. 1 StGB) und mittelbarer Falschbeurkundung (§ 271 Abs. 1 und 2 StGB) erhoben.

Die Anklage geht im Wesentlichen von folgendem Sachverhalt aus:

Die Angeschuldigten sind seit mehr als 20 Jahren in der Bundesrepublik Deutschland als hauptamtliche Mitarbeiter für den russischen Auslandsnachrichtendienst SWR tätig. Sie reisten 1988 und 1990 als vorgebliche österreichische Staatsangehörige südamerikanischer Herkunft unter den Aliasnamen Andreas und Heidrun A. in die Bundesrepublik Deutschland ein. Unter dieser mit falschen österreichischen Ausweispapieren untermauerten Legende bauten sie sich eine bürgerliche Existenz auf, mit der sie ihre geheimdienstliche Tätigkeit tarnten.

Die Angeschuldigten hatten die Aufgabe, Informationen über die politische und militärpolitische Strategie der EU und der NATO zu gewinnen. Zu diesem Zweck führten sie von Oktober 2008 bis August 2011 als geheimdienstliche Instrukteure einen weiteren Agenten, der ihnen aus dem niederländischen Außenministerium amtliche Dokumente über EU- und NATO-Angelegenheiten lieferte. Diese leitete der Angeschuldigte alias Andreas A. über sogenannte tote Briefkästen an seine Zentrale weiter. Außerdem berichteten die Angeschuldigten von den Treffen mit ihrer niederländischen Quelle. Bis zu ihrer Festnahme am 18. Oktober 2011 (vgl. Pressemitteilung Nr. 32/2011 vom 21. Oktober 2011) beschafften sie darüber hinaus auch selbst Erkenntnisse aus dem politisch-gesellschaftlichen Bereich über allgemein- und sicherheitspolitische Aspekte der Beziehungen der Bundesrepublik Deutschland, der EU und der NATO zu Russland.

Während der gesamten Dauer ihrer geheimdienstlichen Tätigkeit standen die Angeschuldigten in regelmäßigem Kontakt mit ihrer Führungsstelle. Ihre Anweisungen erhielten sie hauptsächlich mittels Agentenfunk. Ihre Meldungen an die Geheimdienstzentrale übermittelten sie hingegen per Satellitenübertragung. Außerdem nutzten sie ein Internetvideoportal für versteckte Botschaften.

Für ihre Agententätigkeit erhielten die Angeschuldigten feste Bezüge, die sich in den letzten Jahren auf knapp 100.000 Euro pro Jahr beliefen.

Der Aufdeckung der Legendierung der Angeschuldigten gingen umfangreiche Erhebungen des Bundesamtes für Verfassungsschutz voraus. Deren Ergebnisse führten zur Festnahme der Angeschuldigten im Oktober 2011 und bildeten den Ausgangspunkt für das Verfahren.

Die Angeschuldigten befinden sich weiterhin in Untersuchungshaft.

(Generalbundesanwalt, 27 september 2012)

11 Air Manoeuvre Brigade slaagt voor 'NAVO-examen'




11 Air Manoeuvre Brigade, een samengestelde eenheid van infanterie- en helikoptereenheden, heeft opnieuw bewezen operationeel inzetbaar te zijn. Tijdens de internationale oefening Peregrine Sword in het Duitse Wildflecken, onder leiding van het Duits-Nederlandse Legerkorps, slaagde de eenheid voor zijn ‘NAVO-examen’.

“Van soldaat tot generaal, iedereen is beproefd in deze oefening. Alle manieren van inzet binnen air manoeuvre zijn aan bod gekomen. Niet alleen het uitvoeren van daadwerkelijke operaties, maar ook stafprocedures en besluitvorming”, vertelt brigadegeneraal Nico Geerts, de commandant van 11 Air Manoeuvre Brigade, samengesteld uit 11 Luchtmobiele Brigade en het Defensie Helikopter Commando. Samenwerking was het speerpunt van de oefening. De brigade heeft bewezen alle facetten te beheersen van infanterieoptreden vanuit de lucht ondersteund met transport- en gevechtshelikopters.

Tijdens de oefening is een nieuw verbreed operationeel concept beproefd. Voor het zogeheten gemotoriseerd optreden, beschikten 2 infanteriecompagnieen over bushmasters waardoor zij grotere gebieden konden stabiliseren. Daarnaast is samengewerkt met het Korps Commandotroepen in een Special Operations Task Group, waarbij commando’s doelwitten markeerden voor het 155mm-geschut pantserhouwitser.

3D-aanpak
Op logistiek en geneeskundig gebied werd ook geoefend. Zo vlogen de helikopters medische evacuaties en bij een tactical air landing operation werden met commando’s burgers geëvacueerd. Bij een overleg van inheemse leiders toetsten instructeurs de ‘diplomatieke vaardigheden’ van de rode baretten. De in Afghanistan beproefde 3D-aanpak, development, diplomacy en defence, speelde een centrale rol.

“Militaire operaties hebben meer kans van slagen wanneer ook op economisch, politiek en sociaal niveau wordt ingegrepen”, zegt politiek adviseur Sanne Kaasjager afgevaardigd door  het ministerie van Buitenlandse Zaken. “Het trainen van militairen in de samenwerking met burgers, civiele instanties en andere ‘spelers’ bij conflicten is van groot belang.”

De sleutel
Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp blikt tevreden terug op de behaalde resultaten van Peregrine Sword. “Onze eenheden moeten klaar staan voor inzet, wat de opdracht ook is, in het buitenland of in Nederland. Samenwerken is daarbij de sleutel. Samen plannen en uitvoeren; met civiele instanties, maar ook met andere landen. We kunnen het niet alleen. Daarbij is een samenhangende aanpak noodzakelijk. Alleen dan kunnen we succesvol zijn.”

Zo trad voor het eerst een gecombineerde Nederlands-Duitse artillerie- en luchtverdedigingseenheid op. Die gaf onder meer vuursteun met hun pantserhouwitsers. Er bestaan plannen deze samenwerking in de toekomst uit te bouwen.

(ministerie van Defensie, 27 september 2012)

311 Squadron opgeheven

Het 311 Squadron is niet meer. Commandant Vliegbasis Volkel kolonel vlieger Peter Tankink heeft vandaag het commando over de F-16 eenheid teruggegeven aan Commandant Luchtstrijdkrachten luitenant-generaal Sander Schnitger.

"Ik spreek mijn grootste respect voor u uit, voor de wijze waarop u ook in deze laatste fase uw taken heeft uitgevoerd" zei Schnitger tegen het verzamelde personeel van de eenheid. "Ik realiseer me dat u een moeilijke en onduidelijke tijd tegemoet gaat. Weet dat ik vanuit mijn positie er alles aan doe om ervoor te zorgen dat u allemaal goed ondergebracht wordt. Ik ben beperkt, maar zal geen kans onbenut laten."

Volgens luitenant-generaal Schnitger worden de gevolgen van de laatste bezuinigingsmaatregelen duidelijk zichtbaar. "Defensie is na twintig jaar non-stop bezuinigen, helemaal uitgeknepen. Opnieuw bezuinigen op Defensie is een groot risico voor onze veiligheid en welvaart. Wie zijn veiligheid en welvaart serieus neemt, neemt ook de krijgsmacht serieus", stelde hij.

De overhandiging van de eenheidsvlag markeerde het formele einde. Luitenant-kolonel Koen Deering gaf als laatste squadroncommandant van het 311 Squadron de vlag aan Tankink, die op zijn beurt het dundoek doorgaf aan de Commandant Luchtstrijdkrachten. Daarna maakten 8 F-16's  een fly-by. De opheffing van 311 is een gevolg van de bezuinigingsmaatregelen die in de Beleidsbrief van 8 april 2011 werden aangekondigd.

Volgens Tankink heeft het squadron nog wel het 60-jarig bestaan kunnen vieren in 2011, maar kwam het opheffingsbesluit hard aan. "Gelukkig hebben allen nadat de eerste emoties waren gezakt de schouders eronder gezet en een prachtige reünie georganiseerd. Dat is de spirit van dit squadron: zo sterk als een adelaar." Hij sprak van een sober, maar waardig afscheid. "Ook al is 311 niet meer operationeel, uit de geschiedenis zal het nooit verdwijnen. Het was een prachtig squadron."

4 eenheden
Met het opheffen van de eenheid houdt de luchtmacht nog 4 F-16-eenheden over: het 322 en 323 op Vliegbasis Leeuwarden en 312 en 313 Squadron op Vliegbasis Volkel.

De jachtvliegtuigen van het 311 Squadron worden afgestoten. Voor het personeel wordt passend werk gezocht, binnen of buiten Defensie. Van de vliegers kreeg een aantal vorig jaar al, vooruitlopend op de opheffing, een zogenoemd 0-urencontract. Andere medewerkers hebben de dienst al verlaten.

Historie
Het 311 Squadron was op 1 mei 1951 het eerste vliegende squadron dat op Vliegbasis Volkel werd opgericht. De eerste jaren werd er gevlogen met Thunderjets, daarna met de Thunderstreak. In 1965 maakte dat toestel plaats voor de Starfighter. In 1982 schakelde het 311 Squadron over op de F-16.

De adelaar in het embleem van het 311 Squadron symboliseert de vastberadenheid en snelheid in het uitvoeren van zijn opdrachten. De tekst "Ut Aquila Preadans" betekent: "Zoals een adelaar zich op z'n prooi stort", en geeft weer in welke geest het 311 Squadron zijn taken uitvoerde.

Toekomst
Dat de eenheid is opgeheven, betekent volgens Rolf de Winter van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en lid van de Traditiecommissie KLu niet dat er in de toekomst geen eenheid meer met die naam en dat embleem komt. Volgens hem is het mogelijk dat de Commandant Luchtstrijdkrachten na overleg met de Traditiecommissie ooit een nieuwe eenheid met dat nummer in het leven roept. De chef kabinet van luchtmachtbaas bewaart als voorzitter van de Traditieraad de vlag, het embleem en de wapenspreuk van de eenheid.

(ministerie van Defensie, 27 september 2012)

Hillen: parlementen moeten meer samenwerken

“Nationale parlementen van de Europese Unie moeten elkaar meer opzoeken op het gebied van militaire samenwerking.” Deze oproep deed minister Hans Hillen vandaag tijdens de bijeenkomst van EU ministers van Defensie in Nicosia, Cyprus.

Als het gaat om het harmoniseren van defensiebeleid ziet Hillen een gedeelde verantwoordelijkheid voor de regeringen en parlementen. "Ministers kunnen de ontwikkeling van nieuwe capaciteiten en investeringen op elkaar afstemmen. Maar als parlementen van betrokken landen niet in dit proces meegroeien, dreigt een impasse te ontstaan als het op inzet van militaire troepen aankomt."

Gisteren deed Hillen eenzelfde oproep aan de defensiewoordvoerders van de Tweede Kamer tijdens het debat over de EU vergadering. Als voorbeeld noemde hij België, waar beide marines al jarenlang intensief samenwerken. De politieke aansturing van vergaande militaire samenwerking stopt niet bij de Belgische en Nederlandse regering. Beide parlementen zouden regelmatig met elkaar moeten overleggen.

Visie
De EU ministers van Defensie besloten 2 jaar geleden in Gent tot nauwere samenwerking op het gebied van capaciteitontwikkelingen en nieuwe investeringen, mede door de krimpende defensiebudgetten. Dit initiatief werd versterkt na acties boven Libië, die een aantal tekortkomingen toonde als het gaat om militaire (Europese) capaciteiten. Het Europese Defensie Agentschap (EDA) definieerde 12 kansrijke projecten onder de noemer pooling and sharing.

De EU lidstaten verzochten het EDA ook een lange termijn visie te ontwikkelen met als belangrijk uitgangspunt dat landen samenwerking voorop stellen bij de ontwikkeling van nieuwe capaciteiten, zoals het aanschaffen van nieuw materieel. In het kader van ‘het Gent-initiatief’ hebben Duitsland, Frankrijk en Nederland de leiding over een project om de Europese tankvliegtuigcapaciteit te versterken (Air-to-air-refueling).

Veiligheidssituatie
In Nicosia spraken de ministers verder over Mali waar in het noorden de veiligheidssituatie de afgelopen periode sterk verslechterde. Er is een toename van georganiseerde criminaliteit en terrorisme, onder meer van Al Qaida en de Islamitische Maghreb. Ook kwamen lopende EU missies aan de orde, zoals de antipiraterij missie bij de Hoorn van Afrika. Het aantal succesvolle aanvallen op koopvaardijschepen is in 2012 sterk verminderd, mede dankzij het robuuste en proactieve optreden binnen Atalanta. In april is het mandaat van deze EU missie verruimd en maakt ook acties te land mogelijk, zoals het verstoren van logistieke kampen. Nederland neemt nu niet deel aan Atalanta, maar wel aan NAVO-missie Ocean Shield met Hr. Ms. Rotterdam. Een bijdrage aan Atalanta voor 2013 wordt wel overwogen.

Lof
Nederland leverde afgelopen maanden bovendien een permanent beveiligingsteam van mariniers. Dit Autonomous Vessel Protection Detachment beschermt schepen van het World Food Programme (WFP) ten behoeve van Somalië. Nederland kreeg hiervoor veel lof tijdens de bijeenkomst op Cyprus. De bijdrage, die in oktober afloopt, wordt overgenomen door Duitsland. Het voordeel van een permanent team is dat de marineschepen niet continu de WFP-schepen hoeven te escorteren en effectiever zijn in te zetten voor Atalanta.

(ministerie van Defensie, 27 september 2012)

'Luchtpost' voor Defensiehelikopter bij Somalië

Hr. Ms. Rotterdam is gisteren voor de Somalische kust voorzien van een onderdeel voor één van beide Cougar transporthelikopters die aan boord zijn. Een Deens maritiem patrouillevliegtuig dropte de oliekoeler en bijbehorende elementen, verpakt in een aan een parachute bevestigde container, in zee. Die werd vervolgens met een rubberboot van het marineschip opgepikt.

Deense Bombardier Challenger dropt onderdeel voor helikopter (foto: Marine)

De zogenoemde airdrop was het resultaat van een mooi staaltje samenwerking tussen Hr. Ms. Rotterdam, de NAVO-staf aan boord, de Deense luchtmacht, de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie en het Defensie Helikopter Commando. Voor veel van de opvarenden van de Rotterdam was het de eerste keer dat ze deze unieke manier van bevoorraden konden aanschouwen.

Creatieve oplossing
 “Normaal krijgen we onze voorraden in een haven of van een bevoorradingsschip”, vertelt hoofd logistieke dienst luitenant-ter-zee 1 Rob van den Heuvel. “Maar die waren nu allemaal erg ver weg en onze patrouilles op zee duren lang in dit enorm grote operatiegebied. Zodoende bedachten we deze creatieve oplossing waardoor de Cougar weer snel valt in te zetten bij het bestrijden van piraterij.”

Ocean Shield
Hr. Ms. Rotterdam is momenteel vlaggenschip van NATO Task Force 508 van de operatie Ocean Shield. De missie rond de Hoorn van Afrika is bedoeld piraterij te bestrijden. Het schip telt 350 militairen van alle krijgsmachtdelen en uit 8 NAVO-landen. Ook het Deense maritieme patrouillevliegtuig dat Hr. Ms. Rotterdam bevoorraadde neemt deel aan Ocean Shield.

(ministerie van Defensie, 27 september 2012)

woensdag 26 september 2012

Brandbrief vakbond van officieren en hoger Defensiepersoneel aan de informateurs

Ministerie  van Algemene Zaken
t.a.v. Informateurs W.J. Bos en H.G.J. Kamp
Postbus 20001
2500 EA Den Haag

Den Haag, 26 september 2012

GOV|MHB/12/0204-256

Onderwerp: Defensie in de formatie  2012

De GOV|MHB, professionals bij defensie, zijn zich ten volle bewust  van de verantwoordelijke taak die u als informateurs hebt, uw rol in het formatieproces van een nieuwe regering en derhalve in de strategische  keuzes die er gemaakt moeten worden. Daarom wendt de GOV|MHB zich tot u beiden.

Defensie is na 22 jaar van bezuinigingen tot op het bot toe uitgekleed. De politiek, regering en parlement, is verantwoordelijk voor de inzet van de zwaardmacht zoals dit in onze Grondwet is vastgelegd. Echter defensie kan door de opeenvolgende bezuinigingen niet meer voldoen aan deze opgedragen  taken.

Een krijgsmacht  is top down georganiseerd omdat  alleen een integratie  van wapen-  en logistieke  systemen leidt tot de gewenste slagkracht. Het geheel  is pas na vele jaren opbouwen van expertise  en training veel meer dan de som van de samenstellende delen. Met de laatste bezuinigingen is wederom afscheid genomen van essentiële wapensystemen; het opnieuw opbouwen van de samenwerking tussen de samenstellende delen kost tenminste 10 tot 15 jaar. Ook bij het opbouwen van verdere militaire samenwerking tussen Nederland en landen als België en Duitsland duurt het decennia alvorens dat zowel operationeel als financieel iets oplevert.

In deze periode is Nederland dus echt onderverzekerd. Bovendien is Nederland  in 22 jaar veranderd van een gewaardeerde NAVO-bondgenoot in een freerider, een profiteur van veiligheid op kosten van andere, vaak minder rijke, landen.

Zowel de VVD als de PvdA  hebben het versterken van de internationale  rechtsorde als een wezenlijke rol van Nederland geduid. Daarbij is het Nederlandse D(iplomacy)D(efence) D(evelopment)-beleid een succesvolle weg gebleken om hier invulling aan te geven. Door de reeds ingeboekte  bezuinigingen, die lopen tot l januari 2016, uit de vorige kabinetsperiode is een doorslaggevende bijdrage van de krijgsmacht aan de 3D-benadering reeds verregaand gemarginaliseerd/onmogelijk  geworden. Deze situatie wordt nog verergerd bij verdergaande bezuinigingen.

Veiligheid in Nederland staat hoog op de politieke agenda. De krijgsmacht heeft middelen en mensen om hieraan mede inhoud te geven. 5.000 militairen staan op afroep van de civiele autoriteiten gereed. In onze beleving had 'Haren' dan ook niet mogen gebeuren. Goede wederzijdse ondersteuning en een goede planning, waar de expertise en de capaciteit van de krijgsmacht had kunnen ondersteunen, zouden dit hebben kunnen voorkomen. Verdere bezuinigingen marginaliseren verregaand de mogelijkheden om de Nederlandse veiligheidsdiensten te ondersteunen. Maar erger nog, calamiteiten zullen niet meer het hoofd  kunnen worden geboden.

U beiden speelt een cruciale rol in het formatieproces. En daarmee in de beantwoording van de vraag: behoudt Nederland een krijgsmacht  die de grondwettelijke taken kan uitvoeren? Onze professionele  overtuiging is dat de huidige bezuinigingen en reorganisaties al leiden  tot de situatie dat langjarig niet kan worden voldaan aan de opdracht om zorg te dragen voor binnen- en buitenlandse veiligheid. Additionele bezuinigingen zetten, naar onze overtuiging, een onomkeerbaar proces in gang dat leidt tot het einde van de Nederlandse krijgsmacht.

Duo voorzitters GOV|MHB

R.C. Hunnego     J.L.R.M. Vermeulen

(GOV|MHB, 26 september 2012)


EenVandaag: hebben brandbrieven zin?

sitestat

(EenVandaag, 27 september 2012)

Kamer bespreekt Aanbestedingswet Defensie en Veiligheid

Om tot een open Europese defensie- en veiligheidsmarkt te komen, heeft de Tweede Kamer 26 september 2012 de Aanbestedingswet voor Defensie en Veiligheid behandeld. De wet biedt de Nederlandse industrie grotere kansen op andere Europese markten. Bovendien kan Defensie het materieel op een concurrerende markt tegen de laagste prijs en beste voorwaarden verwerven.

De Kamer toonde zich in meerderheid positief over de wet, maar vroeg de regering het belang van de Nederlandse defensie- en veiligheidsindustrie niet uit het oog te verliezen. De industrie staat voor de uitdaging zich voor te bereiden op een internationale markt met meer open concurrentie.

Belang defensie-industrie
Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) zegde mede namens minister Hillen van Defensie toe zich in te blijven zetten voor de Nederlandse industrie. De regering zal er op toezien of andere Europese landen de aanbestedingswet vaker buiten toepassing laten met een beroep op het nationale veiligheidsbelang dan Nederland dit zelf doet.

Promotie
De ministeries van Defensie en EL&I gaan regelmatig overleg voeren met bedrijven uit de defensie- en veiligheidssector over aanbestedingen. Verder zullen de ministeries samen met de stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV) de industrie blijven promoten op de Europese markt door handelsmissies en bezoeken aan defensiebeurzen.

Kansen MKB
De nieuwe richtlijn biedt ook het Nederlandse MKB meer kansen. Europese aannemers kunnen namelijk worden verplicht delen van de hoofdopdracht uit te besteden aan onderaannemers. Veel Nederlandse bedrijven werken als toeleveranciers voor grote defensieprojecten.

Richtlijn
De wet komt voort uit een Europese richtlijn voor een open en transparante Europese defensie- en veiligheidsmarkt. De invoeringsdatum van de Europese richtlijn is in augustus 2011 verstreken. Als Nederland hierover geen wetgeving invoert kan de Europese Commissie een dwangsom opleggen.

(Rijksoverheid, 26 september 2012)

dinsdag 25 september 2012

Trailer film 'Gesneuveld'




GESNEUVELD, de nieuwe film van Robert Oey (scenario en regie), gaat op zondag 30 september 2012 in première tijdens de 32e editie van het Nederlands Film Festival in de Stadsschouwburg in Utrecht. GESNEUVELD is vanaf 11 oktober te zien in de filmtheaters. GESNEUVELD komt ook op tv: op 10 december om 20:25 uur, Nederland 2.

Tussen 2006 en 2010 sneuvelden vijfentwintig Nederlandse militairen in Afghanistan. Vijfentwintig keer heeft het Ministerie van Defensie een berichtgever op pad moeten sturen met het nieuws dat een zoon, echtgenoot, vader of beste vriend op gewelddadige wijze om het leven was gekomen. Jongemannen meestal, in de kracht van hun leven, met een diepgevoelde wens om in het leger, ver weg van huis, te gaan vechten.

In GESNEUVELD tonen nabestaanden en militairen hun verdriet, hun frustratie, hun woede en hun kracht. Er worden vragen gesteld, veel vragen, maar antwoorden blijken onbevredigend. De achterblijvers laten uiteindelijk zien dat ze hun geliefden los moeten laten, om zelf met het leven door te kunnen gaan.
(website Filmfestival)

'Gesneuveld' gaat over de nabestaanden van de vijfentwintig Nederlandse militairen die in Afghanistan zijn omgekomen en de manier waarop zij met het verlies proberen om te gaan. De film laat zien dat het de nabestaanden de grootst mogelijke moeite kost om de draad weer op te pakken. Maar de film geeft ook een beeld van het Nederlandse leger dat, nadat de eerste soldaat sneuvelde, door is gegaan met de missie.

De een heeft verdriet om de zoon die er niet meer is, de ander mist haar echtgenoot, haar maatje. Sommige nabestaanden zijn boos, boos op Defensie omdat hun zoon door eigen vuur is omgekomen, omdat er fouten zijn gemaakt. Anderen vragen zich af op wie ze boos moeten worden. 'Het dienen in het Nederlandse leger was zijn leven, zijn droom. Ik was er trots op dat hij ging.' Sommige zitten met vragen. Ze willen het stoffelijke bewijs.

Het Ministerie van Defensie helpt ze daar zoveel mogelijk bij. Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm begrijpt de mensen die zoeken naar de ontbrekende puzzelstukjes. Hij verloor in Afghanistan zijn eigen zoon. Verdriet verbindt, maar het drijft mensen ook uit elkaar. Sommigen zoeken troost in een nieuwe toekomst. Anderen zoeken steun bij elkaar. Commando's herdenken hun maatje aan het strand. Op de slechte momenten zoeken ze, denkend aan hun broer of zoon, troost in de wetenschap dat hij écht op zijn plek zat. Uiteindelijk laat Gesneuveld zien dat men weer moet gaan leven. Dat loslaten, hoe moeilijk het ook is, de enige manier is om met dit immense verdriet on te kunnen gaan. 'Tim zou gezegd hebben: 'Ga niet bij de pakken neerzitten. Maak er wat van!'
(Omroep HUMAN, 25 september 2012)


Overzicht van in Afghanistan gesneuveld, omgekomen of overleden Defensiepersoneel sinds de start van de missie in Uruzgan in 2006. 

• 26 juli 2006: Overste Jan van Twist (47 jaar, Hoofd Sectie Operationeel Recht bij de Stafgroep Juridische Zaken van de Luchtmacht). Sergeant Bart van Boxtel (29 jaar, commandant van het Force Protection Team van het Contingentscommando in Kabul. Samen met andere passagiers en bemanningsleden omgekomen bij een helikoptercrash in de provincie Paktika.

• 31 augustus 2006: de F-16 van kapitein-vlieger Michael Donkervoort stort van grote hoogte neer, terwijl hij onderweg is van Kabul Airfield om luchtsteun te verlenen aan Britse troepen in de provincie Helmand. Om onbekende redenen werkt de schietstoel niet en de jachtvlieger komt om het leven.

• 11 oktober 2006: sergeant Wim Dijkstra pleegt met zijn dienstwapen zelfmoord op Kamp Holland.

• 6 april 2007: Sergeant der eerste klasse Robert Donkers komt om het leven bij een ongeluk met een Patria-pantserwagen. De Patria kantelde als gevolg van een wegverzakking,  het slachtoffer raakte bekneld.

• 20 april 2007: de 21-jarige korporaal Cor Strik van de Tijgercompagnie van de Luchtmobiele Brigade komt om het leven tijdens een patrouille bij de stad Sangin in de provincie Helmand tijdens de ISAF-operatie 'Achilles'. De korporaal stapte op een explosief en was op slag dood. Hij is de eerste gevechtsdode tijdens de Nederlandse inzet in Afghanistan. Bij de berging van zijn stoffelijk overschot komt een Amerikaanse sergeant met Nederlandse familiewortels, Alex van Aalten, ook om het leven.

• 15 juni 2007: de 20-jarige soldaat eerste klas Timo Smeehuijzen komt om het leven bij een zelfmoordaanslag met een autobom in Tarin Kowt. Vijf Afghaanse kinderen en een aantal volwassenen verliezen ook het leven.

• 18 juni 2007: de 44-jarige sergeant-majoor Jos Leunissen om het leven gekomen bij gevechten rondom Chora. Drie van zijn collega's van het 13e Infanteriebataljon van 11 Luchtmobiele Brigade raakten gewond. Er deed zich een ongeluk voor bij het afschieten van een mortiergranaat tijdens de heftige 'Slag om Chora'. .

• 12 juli 2007: Eerste luitenant Tom Krist (24) overlijdt in het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht. Hij raakte dinsdag 10 juli zwaargewond tijdens een zelfmoordaanslag in Deh Rawod.

• 26 augustus 2007: Sergeant Martijn Rosier (30) komt om bij de explosie van een geïmproviseerd explosief ten noorden van Deh Rawood.

• 20 september 2007: Soldaat eerste klasse Tim Hoogland (20) komt om bij een langdurig vuurgevecht bij Deh Rawod. Hij is de eerste Nederlandse militair die tijdens de missie in Uruzgan sneuvelt door vijandelijk vuur. Tim Hoogland maakte deel uit van de Bravo Compagnie van het 13e Infanteriebataljon Luchtmobile Brigade uit Assen.

• 3 november 2007: Korporaal Ronald Groen (21) sneuvelt bij de operatie Spin Gahr. Hij zat in een pantserwagen die bij de patrouillepost Poentjak op een bermbom reed. Groen hoorde bij de 43e gemechaniseerde brigade, gelegerd op de Johannes Post Kazerne te Havelte.

• 12 januari 2008: Soldaat Wesley Schol (20) en korporaal Aldert Poortema (22) worden gedood door eigen vuur ten noorden van Deh Rawod. Ze behoorden tot het 44ste pantserinfanterie-bataljon in Havelte.

• 18 april 2008: Soldaat Mark Schouwink (22) en eerste luitenant Dennis van Uhm (23) sneuvelen tijdens een verplaatsing ten noorden van Tarin Kowt. Uhm is de zoon van generaal Peter van Uhm, die een dag eerder Dick Berlijn was opgevolgd als Commandant der Strijdkrachten. De militairen kwamen om toen ze met hun jeep op een bermbom reden. Twee andere inzittenden raakten zwaar gewond.

• 7 september 2008: De 21-jarige soldaat eerste klasse Jos ten Brinke komt om het leven in een pantservoertuig, dat op 19 kilometer van Kamp Holland door een bermbom wordt getroffen. Vijf andere militairen raken gewond.

• 19 december 2008: De 24-jarige sergeant Mark Weijdt komt om tijdens een vuurgevecht. Vermoedelijk stapte hij op een bermbom.

• 6 april 2009: Bij een beschieting van Kamp Holland sneuvelt soldaat der eerste klasse Azdin Chadli uit Uden. Hij was 20 jaar en nog maar een week verbonden aan een gevechtseenheid in Afghanistan. Het is de eerste keer dat bij een beschieting op Kamp Holland militairen zijn getroffen. Er vallen vijf gewonden.

• 6 september 2009: Bij een vuurgevecht in Uruzgan wordt de Nederlandse korporaal Kevin van de Rijdt gedood. De 26-jarige militair van het Korps Commandotroepen maakte deel uit van Task Force 55.

• 7 september 2009: Bij een aanslag met een geïmproviseerd explosief (IED) komt de 44-jarige sergeant-majoor Mark Leijsen om het leven. Bij de explosie raakten ook drie Nederlandse militairen en een Afghaanse tolk gewond.

• 17 april 2010: twee mariniers sneuvelen wanneer hun Viking-pantservoertuig ten noorden van Tarin Kowt op een bermbom rijdt. De slachtoffers zijn de 29-jarige korporaal Jeroen Houweling en de 23-jarige marinier der eerste klasse Marc Harders.

• 22 mei 2010: korporaal der eerste klasse Luc Janzen (25) komt om bij de explosie van een bermbom in het district Deh Rawod. Bij deze ontploffing komen ook een Franse kapitein van een OMLT-team en een Afghaanse tolk om het leven. Vier militairen raken gewond, waarvan twee zwaar.

• 17 november 2010:  Reserve Luitenant-kolonel-Arts Fons Dur  (56) overlijdt door natuurlijke oorzaken op Kamp Holland.

Totaal aantal doden sinds het begin van de missie op 1 augustus 2006: 25

Waarvan in Uruzgan: 21

Doodsoorzaak: 
bermbommen (IED's):  11
Ongelukken: 5
Vuurgevechten: 2
Eigen vuur: 2
Zelfmoordaanslagen: 2
Raketaanvallen: 1
Zelfmoord: 1
Natuurlijke dood: 1

FRISC beschoten vanaf de Somalische kust

De bemanning van een snelle motorboot van Hr. Ms. Rotterdam is vorige week vanaf de Somalische kust beschoten.  De Nederlandse militairen hebben het vuur beantwoord en zich van de kust verwijderd.

Het zogenoemde Fast Raiding and Intercept Craft (FRISC) van de Rotterdam was bezig met een kustpatrouille toen er vanaf de wal werd gevuurd. De FRISC voer op dat moment nabij het dorp Bandar Murcayo*, gelegen aan de noordkust van Puntland.

Het ging om één schutter, die na de beschieting in de duinen verdween. Niemand raakte bij het incident gewond. In een gesprek zeiden de dorpsoudsten in het gebied zich in te spannen om de dader te pakken.

Somalië
FRISC en Hr. Ms. Rotterdam
Hr. Ms. Rotterdam voerde verkenningsmissies uit voor de noord- en oostkust van Puntland bij Somalië. Met de varende eenheden onderzocht de bemanning vissersschepen in het gebied. Het onbemande vliegtuig ScanEagle voerde verkenningsvluchten uit en ook met de Cougar-transporthelikopters werden verkenningmissies gevlogen.

De commandant van het NAVO-vlootverband voor de kust van Somalië, commandeur Ben Bekkering, sprak met leiders van kustdorpen. Daarbij ging hij in op de taken van de schepen. Bekkering luisterde ook naar de wensen van de bewoners en besprak wat zij zelf kunnen doen tegen piraterij. Ook had de commandeur een ontmoeting met de commandant van het Italiaanse marineschip ITS San Giusto, het vlaggenschip van de EU-missie Atalanta. Zij spraken over de ontwikkelingen in de strijd tegen de piraterij.

(weekoverzicht Defensie-operaties, 25 september 2012)

*Dit was overigens een van de twee dorpen waarvoor Hr. Ms. Rotterdam begin deze maand medische spreekuren had georganiseerd. Zie dit bericht.

maandag 24 september 2012

Vlootverband vertrokken naar oefening Joint Warrior

Een Nederlands vlootverband is vandaag vertrokken voor een inzet van 4 weken. Hierbij varen de schepen om Engeland en Schotland heen en doen zij Noorwegen aan. Hoogtepunt van de reis vormt deelname aan de Britse oefening Joint Warrior, van 1 tot en met 11 oktober.

De Ruyter (li.) en Zeeland. Foto: Defensie
Het vlootverband van de Netherlands Maritime Forces (NLMARFOR) bestaat uit het vlaggenschip Hr. Ms. Evertsen, Hr. Ms. De Ruyter en de Zeeland. Tijdens Joint Warrior kan de taakgroep rekenen op luchtsteun van Zweedse, Amerikaanse en Britse jachtvliegtuigen. Tegenstand valt vooral te verwachten van een Amerikaanse taakgroep inclusief onderzeeboten, die eveneens een sterke luchtvloot op de been kan brengen.

Oefeneenheden
Voor de Nederlandse eenheden vormt het een uitgelezen mogelijkheid om met meer schepen deel te nemen aan een grote oefening, die zich hoofdzakelijk op volle zee afspeelt. Bijkomende, bijzondere, aspecten zijn piraterijbestrijding en de bescherming tegen aanvallen met snelle bootjes en waterscooters die met grote aantallen tegelijk vanuit meerdere richtingen plaatsvinden.

Voorafgaand aan Joint Warrior fungeren de Nederlandse schepen als oefeneenheden voor schepen die bij Zuid-Engeland examen doen voor hun Flag Officer Sea Training. Ter afsluiting van doen Hr. Ms. De Ruyter en Hr.Ms. Evertsen ten westen van Noord-Noorwegen mee aan raketlanceringen tegen oppervlakte- en luchtdoelen. De eenheden zijn naar verwachting 19 oktober terug in Den Helder.

(ministerie van Defensie, 24 september 2012)

zondag 23 september 2012

Lessen uit een Amerikaans-Iraanse wargame

“Misschien was het de 'mist van de simulatie’. Maar het meest enge aspect van een Amerikaans-Iraanse wargame die deze week is uitgevoerd, was de manier waarop beide zijden zich verkeken op de reacties van de ander en verplaatsten in de richting van de oorlog, zelfs als de spelers dachten dat ze behoudende opties kozen.”

David Ignatius
Aldus David Ignatius in zijn artikel in The Washington Post over een wargame tussen voormalige beleidsmakers van de Verenigde Staten en prominente Iraanse Amerikanen die ‘Iran’ naspeelden. Het ‘oorlogsspel’ was georganiseerd door Kenneth Pollack – Midden-Oostenexpert bij het Saban Center for Middle East Policy van de denktank Brookings Institution. Ignatius was als waarnemer bij de wargame aanwezig, op voorwaarde dat hij de namen van de deelnemers niet openbaar zou maken.

Recente uitspraken van prominenten plaatsen de wargame, zoals die afgelopen week is uitgevoerd, in een ander licht. Zo gaf Martin Indyk, voormalig Amerikaans ambassadeur in Israël, op 16 september jl. in het CBS-programma Face the Nation aan: "I'm afraid that 2013 is going to be a year in which we're going to have a military confrontation with Iran."

En gisteren nog zei generaal Mohammad Ali Jafari - bevelhebber van de Revolutionaire Gardes, de elitetroepen van de islamitische republiek – dat de dreigementen van Israël bewijzen “dat hun vijandige houding tegenover de islam en de revolutie menens is, en dat die vijandschap uiteindelijk zal leiden tot een fysiek conflict.”

Volgens Ignatius liet de wargame zien hoe gemakkelijk signalen van beide kanten verkeerd werden geïnterpreteerd. In de wargame was het juli 2013. Uitgangspunten waren dat Barack Obama was herkozen tot president, de P5+1-landen in een diplomatieke impasse met Iran zaten, en Israël Iran niet eenzijdig had aangevallen.

Verdere uitgangspunten voor het spelscenario: regelmatig werden Iraanse wetenschappers vermoord; de VS, Israël en Groot-Brittannië ontwikkelden een nieuw cyberwapen om de invloed van Iraanse nucleaire en militaire installaties aan banden te leggen; de Iraanse leider meende dat de Amerikanen “[…]are led by a weak man with no stomach for the struggle”; en Iran had over 3 à 4 maanden genoeg verrijkt uranium voor twee kernwapens.

Startpunt van de wargame was een Iraanse terreuroperatie in de Amerikaanse achtertuin. Op 6 juli 2013 verwoestte een bom een hotel op Aruba. 137 mensen kwamen om het leven, vooral Amerikaanse vakantiegangers. En een Amerikaanse nucleaire wetenschapper.

Het Amerikaanse wargame-team vond dat Iran hiermee een “unacceptable threshold” had overschreden en adviseerde een zware vergelding. De VS bombardeerde een kamp van de Revolutionaire Garde in Iran, startte een cyberaanval in dat land en gaf Iraanse agenten in tientallen andere landen de hint dat ze onderkend en dus kwetsbaar waren.

Iran onderschepte vervolgens een Amerikaans bericht dat het waarschuwde voor "ernstige gevolgen" als het nucleaire programma niet zou worden gestopt. Het Iraanse wargame-team wilde weliswaar krachtig reageren, maar géén aanval op haar nucleaire installaties uitlokken. De Iraanse wargamers verwierpen de meest agressieve optie – zoals een aanval op U.S. Fifth Fleet HQ in Bahrein – en kozen voor het bemijnen van de Straat van Hormuz en intimideren van Amerikaanse schepen in de Perzische Golf. De Amerikanen kregen niet mee dat Iran haar voorraad uranium had gehalveerd om haar bereidheid tot onderhandelen aan te geven.

Aldus vond de denkbeeldige Amerikaanse veiligheidsadviseur in het spel dat de “red line” was overschreden. De conclusie van het Amerikaanse wargamers was dat de Iraniërs de Straat van Hormuz afsloten en Amerikaanse schepen aanvielen.

Met vijf stemmen vóór en drie tegen kozen de Amerikanen tot slot voor het uitschakelen van Iran’s nucleaire installaties en, met het vernietigen van de Iraanse kustverdediging, voor het heropenen van de zeestraat.

Organisator Kenneth Pollack concludeerde na afloop dat “small miscalculations are magnified very quickly.”

(Met dank aan de schrijver van dit artikel die het verkiest anoniem te blijven, HdV)

BRONARTIKEL
Washington Post: Lessons from an Iranian war game

REFERENTIES
http://davidignatius.com/
http://en.wikipedia.org/wiki/Fereydoon_Abbasi
http://en.wikipedia.org/wiki/Martin_Indyk
http://en.wikipedia.org/wiki/P5%2B1
http://en.wikipedia.org/wiki/United_States_Fifth_Fleet
http://en.wikipedia.org/wiki/Wargaming
http://nl.wikipedia.org/wiki/Straat_van_Hormuz
http://www.brookings.edu/about/centers/saban
http://www.brookings.edu/experts/pollackk
http://www.cbsnews.com/face-the-nation/
http://www.gelderlander.nl/nieuws/algemeen/buitenland/11747400/Iran-verwacht-aanval-Israel.ece

zaterdag 22 september 2012

EenVandaag: Wacht Defensie nog harder leed?

sitestat

EenVandaag, 22 september 2012. Item over dreigende nieuwe bezuinigingen op Defensie. Sprekers: Dick Berlijn (ex-Commandant der Strijdkrachten), Jean Debie (voorzitter militaire vakbond VBM|NOV) en polemoloog Leon Wecke (Universiteit Nijmegen).

Herdenking Operatie Market Garden

Operatie Market Garden, die zich tussen 17 en 25 september 1944 afspeelde, is vandaag voor de 68ste keer herdacht. Tot Market Garden behoorde, naast het grondoffensief, de grootste geallieerde luchtlandingsoperatie uit de geschiedenis, in de omgeving van Arnhem*. Bijna 1.000 parachutisten brachten met een sprong op de Ginkelse Heide in Ede de zware oorlogsdagen in herinnering. Hiervan waren 75.000 bezoekers getuige, onder hen Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Mart de Kruif.

Airborne Monument
Meer dan 60 oud-strijders kwamen gisteravond al naar het Airborne Monument in Arnhem om de kameraden van weleer de laatste eer te bewijzen met onder meer het leggen van een krans.

Voor de grootschalige dropping zijn door België, Duitsland, Engeland, Polen en de Verenigde Staten C-130 Hercules transportvliegtuigen, Transall C-160 toestellen en oude Dakota’s ingezet. Vanaf vliegbasis Eindhoven dropten die de militairen uit de verschillende landen. Nederland leverde zelf een bijdrage met ongeveer 100 parachutisten van onder meer het 11 Infanteriebataljon Garderegiment Grenadiers en Jagers. Hoewel in kleine aantallen zijn er ook mannen gedropt, afkomstig uit Canada en Italië.

22 september 2012. Foto: ministerie van Defensie

Catastrofaal
Operatie Market Garden was voor Nederland de belangrijkste operatie uit de Tweede Wereldoorlog. De operatie liep uit op een mislukking en leidde bovendien tot represaille door de Duitse bezettingsmacht. Die blokkeerde alle voedseltransporten naar het westen van Nederland, met catastrofale gevolgen. Het zuiden van Nederland werd bevrijd en de frontlijn liep ongeveer langs de grote rivieren. De inmiddels gevallen winter was ijzig koud. De rivieren en het IJsselmeer vroren dicht. Zowel over land als over water was het niet mogelijk het westen te voorzien van voedsel, brandstof, kleding of medicijnen. Meer dan 20.000 Nederlanders stierven de hongerdood met de bevrijding in zicht. Ook buiten de Randstad vielen honderden doden en gewonden onder de Nederlandse bevolking. Van de bij Market Garden betrokken 30.000 geallieerden sneuvelden er 18.000.

Britse parachutisten worden nabij Arnhem gedropt

(ministerie van Defensie, 22 september 2012)

* Vreemd genoeg maakt het ministerie van Defensie hier een fout. 'Market' (de luchtlandingen) omvatte drie divisies: een Britse (bij Arnhem) en twee Amerikaanse (bij Eindhoven en Nijmegen). Met enige vertraging werd ook een Poolse parachutisteneenheid ingezet die in de omgeving van Driel landde (HdV)

75.000 bezoekers Airbornelanding Ginkelse Heide






Op de Ginkelse Heide bij Ede is zaterdag voor de 68e keer de Slag om Arnhem herdacht. Op het evenement kwamen 75.000 bezoekers af.

Op het programma stond onder meer de landing van zo'n 1000 parachutisten uit Nederland, België, Engeland, Canada, Duitsland en Amerika. Ze sprongen onder meer uit Herculessen C-130 en een Dakota
.
Vijf parachutisten zijn bij de landing gewond geraakt. Eén parachutist kwam terecht op de vluchtstrook van de A12, wat tussen Wageningen en Arnhem-Noord tot een file van 10 kilometer leidde. De man bleef ongedeerd, evenals een ander die in een boom landde.

Zaterdag werd op de heide ook de slotmanifestatie gehouden van het festival 'Gelegerd in Gelderland.'
Na de sprongen was er een herdenking bij het monument bij de schaapskooi in aanwezigheid van zo'n 40 veteranen. De gemeente Ede is tevreden met het verloop van de dag. Er deden zich geen problemen voor.

Airborne luchtlandingen
Elk jaar komen honderden para’s van The 4th Brigade the Parachute Regiment naar de Ginkelse Heide om de gevallenen van 1944 te herdenken. Door net als de para’s van toen te springen boven de heide, brengen zij een eerbetoon aan alle veteranen.

De laatste jaren springen niet alleen de Britten. Para’s uit verschillende NAVO-landen komen naar Ede om de luchtlandingen van 1944 te herdenken.

(Omroep Gelderland, 22 september 2012)



Luchtlandingen Ginkelse Heide goed verlopen

De luchtlandingen op de Ginkelse Heide bij Ede zijn prima verlopen. Dat heeft de organisatie zaterdag laten weten. Rond de 1000 parachutisten uit onder meer Nederland, Groot-Brittannië, de VS en Canada maakten de parachutesprong, waarmee ieder jaar de Operatie Market Garden wordt herdacht.

Vijf parachutisten zijn bij de landing gewond geraakt. Verder kwam één parachutist terecht op de vluchtstrook van de A12, wat tussen Wageningen en Arnhem-Noord tot een file van 10 kilometer leidde. De man bleef ongedeerd, evenals een ander die in een boom landde.

Herdenking
Er was veel publiek afgekomen op de luchtlandingen en de daaropvolgende herdenking bij het Airborne Monument. Ook de slotdag van het erfgoedfestival Gelegerd in Gelderland, dat een beeld gaf van het militaire verleden van de provincie, trok veel mensen. Bij elkaar waren 75.000 belangstellenden op de been.

Market Garden
Operatie Market Garden was een geallieerd offensief tijdens de Tweede Wereldoorlog, in september 1944. Duizenden luchtlandingstroepen landden in bezet Nederland met het plan vanuit Arnhem het Duitse leger terug te dringen. De operatie mislukte.

(ANP/De Stentor, 22 september 2012)

vrijdag 21 september 2012

Zelfs de NAVO is blut

Door Sophie Verschoor

Met de financiën van de NAVO zit het alles behalve snor. De investeringen in defensie liggen op hun gat en de financiële administratie is een puinhoop. Dat blijkt uit een brief van de Algemene Rekenkamer aan de Tweede Kamer.

Geen flauw benul
"Het jaarverslag over 2011 geeft een zorgelijk beeld van de financiën", zo is te lezen. Ook administratief is het bij de NAVO een gigantische bende vindt IBAN, de interne onderzoeksorganisatie van de club. "Daardoor komen een hoop grote investeringsprojecten voor bijvoorbeeld militaire bases, pijplijnen en waarschuwings- en communicatiesystemen niet van de grond." Want is er wel geld voor? De NAVO heeft eigenlijk geen flauw benul.

Tijdig bijsturen
Volgens de Rekenkamer is het zelfs zo erg dat het kostenplaatje van honderden afgeronde projecten nog niet eens rond is. Die projecten heeft de NAVO minstens 3 miljard gekost, maar naar de exacte cijfers blijft het gissen. Zo wordt het dus bijna onmogelijk om tijdig bij te sturen als het financieel echt mis zou gaan.

Effectiever
"Een hoop landen bezuinigen op de defensie-uitgaven. Juist nu is een goed inzicht in de financiën van groot belang om de NAVO efficiënter en effectiever te maken." In de brief doet de Algemene Rekenkamer alvast een paar suggesties aan de Kamer. Die praat waarschijnlijk begin oktober met de minister van Defensie, vlak voor het ministerieel overleg van de NAVO-bondgenoten op 9 en 10 oktober.

Bijbehorend document: Controle van NAVO-uitgaven.

(BNR, 21 september 2012)

donderdag 20 september 2012

NATO Commander Reflects on 100 Days in Counter Piracy

On 6th June, Commodore Ben Bekkering took over as Commander of NATO’s counter piracy mission, Operation Ocean Shield. Today, with ships patrolling the shipping corridor in the Gulf of Aden and present in front of the Somali coast, the Task Force remains ready to prevent successful pirate attacks.

Cdre Ben Bekkering
Since then two merchant ships have been attacked by pirates however neither were successful. This represents a significant decline compared to previous periods. More importantly, no merchant ships have been hijacked by pirates since May. This does not mean that the pirates don’t try. On two occasions over
the Summer, they managed to hijack a dhow which could have been used as a mothership from which to launch attacks. On both occasions the pirates were disrupted by the NATO warships, HNLMS Evertsen and HNLMS Rotterdam but they still hold seven ships and 177 crewmembers hostage.

During September as the weather improves and fishermen go back out to sea, this is the time that the pirates resume their activities. By using calm seas and forcing dhows to move them to and around their hunting grounds, the pirates continue to seek opportunities to stalk and attack the many merchant ships that transit the vital shipping lanes around the Horn of Africa.

Lieutenant Commander Mac de Jong, staff officer on board the NATO flagship, HNLMS Rotterdam, is very  happy with the declining success rates of the pirates. “We are not there yet, the success is still reversible.  Therefore we need to seek ways to maximise the pressure. We are making considerable progress, we  must now maintain the momentum.”

NATO’s Task Force has used the past monsoon period to gather information on areas where pirates may venture out at sea. Using surveillance by aircraft and ships along the coast where the seas allowed pirates to operate, NATO has built up a good picture of what has been happening along the coast of Somalia.

As NATO warships patrol off the coast of Somalia, it presents an excellent opportunity to invite local elders and community leaders to meet NATO at sea. Commodore Ben Bekkering explains: “By meeting village elders and explaining to the villagers what we do and why, we hope to build trust, exchange information and ensure that the improving maritime safety and security will also benefit them.”

From these meetings it is clear that the local populations strongly oppose piracy and will do all they can to work with the international counter piracy effort. Bekkering adds, “I am sure that in the villages we found new partners. They can play a vital role to put more pressure on the pirates. If we can drive the pirates out, it will have a positive effect on the development of the region.”

NATO is working alongside EUNAVFOR, Combined Maritime Forces and individual nations to tackle acts of piracy.  By joining forces, counter piracy efforts are more effective and can achieve more than any one ship, navy, organisation or country working alone.

(NATO Press Release, 20 September 2012)

Police Training Group III in Kunduz (video)

Ridder Militaire Willems-Orde d'Aulnis overleden (video)

woensdag 19 september 2012

Krijgsmacht neemt formeel afscheid van de tank





Published on Sep 19, 2012 by defensie

Met het ontbinden van de regimenten Huzaren van Sytzama en Huzaren Prins van Oranje is de zware cavalerie 16 september 2012 definitief uit de gelederen van de landmacht verdwenen. Het symbolische afscheid van 11 Tankbataljon (Sytzama) en 42 Tankbataljon (Prins van Oranje) speelde zich af in hartje Den Haag, onder toeziend oog van 700 genodigden.

Kamervoorzitter Verbeet dankt militairen bij afscheid

Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp was vandaag als speciale gast uitgenodigd door scheidend Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, bij het afscheid van de vertrekkende Tweede Kamerleden. Dit om de waardering voor de inzet van Nederlandse militairen vanuit de Kamer over te brengen.

In haar toespraak stond Verbeet opvallend uitgebreid stil bij het wereldwijde werk van militairen. “18 keer heb ik met u in deze Kamer stilgestaan bij de dood van de mannen die het leven hebben gelaten in Afghanistan. En elke keer opnieuw heeft dat diepe indruk op me gemaakt.” Verbeet illustreerde hiermee het belang van een breed draagvlak voor Kamerbesluiten. “Die hebben immers grote gevolgen voor het leven van mensen. En soms moeten we zelfs beslissingen nemen die gaan over zaken van leven en dood. Dat geldt bijvoorbeeld als we spreken over de inzet van ons leger.”

Niet vanzelfsprekend
Gerdi Verbeet bracht als eerste Kamervoorzitter een bezoek aan een missie. In 2009 bezocht ze samen met toenmalig Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm de Nederlandse militairen in Afghanistan. “Daarmee wilde ik laten zien, dat de hele Kamer, en dus ook heel Nederland, groot respect heeft voor het werk van de mannen en vrouwen die bereid zijn te vechten voor de vrede in de wereld.”

Gerdi Verbeet en CDS Van Uhm in Afghanistan, 2009

Verbeet benadrukte dat de begrippen vrijheid, democratie en rechtstaat niet vanzelfsprekend zijn, maar steeds opnieuw bevochten moeten worden. “Dat is wat we elk jaar op 4 mei herdenken, omdat ook Nederland rechteloosheid en dictatuur heeft gekend. Maar het is ook, wat we ons in deze zaal elke dag moeten realiseren.”

(ministerie van Defensie, 19 september 2012)

Zie ook: CDS en voorzitter Tweede Kamer bezoeken Afghanistan

Marineblog - piraten aan boord van de Rotterdam

De Rotterdam op piratenjacht - deel 3: Patrouilles in de Golf van Aden

17 september 2012 – door: Daan

Korporaal Daan Polman
Hallo, mijn naam is Daan Polman. Ik ben korporaal van de logistieke dienst administratie en werkzaam op bureau administratie. Ik werk samen met sergeant-majoor Muntje (Werner) en 2 matrozen: Bas en Tiara. Wij zorgen er onder meer voor dat iedereen zijn toelages krijgt (erg belangrijk volgens de bemanning), dat de interne postverzorging werkt en hier kunnen vliegtickets worden aangevraagd. Dit is ook de enige plek op het schip waar geld (dollars en euro’s) kan worden gepind. Naast mijn gewone werkzaamheden help ik graag een handje mee in de scheepstoko, een soort van kleine buurtsuper. Ook ben ik lid van de OS&O-commissie (Ontwikkeling, Sport en Ontspanning) dat bijna dagelijks zorgt voor sport, spel en recreatie, zoals een filmavond of pokertoernooi en af en toe een scheepsfeest.

Vlak voor deze reis ben ik door de Koninklijke Marechaussee opgeleid tot detainee-guard. Toen is ons geleerd hoe te handelen als we verdachte piraten aan boord krijgen. In de opleiding heb ik geleerd mezelf te verdedigen met of zonder wapenstok, het boeien en transporteren van verdachten en hoe ik hen moet behandelen. Deze opleiding heb ik samen met 22 andere bemanningsleden gevolgd en samen vormen wij het detainee-team van de Rotterdam.

Piraten
Op maandagavond 13 augustus wordt ons team op post geroepen omdat we 6 vermoedelijke piraten aan boord krijgen. Na een uurtje worden de verdachte piraten overgenomen van de mariniers die een dhow hebben bevrijd. We hebben de piraten gefouilleerd op wapens en bewijsmateriaal, vastgezet en de intake gestart. ’s Nachts rond 2 uur zijn we klaar en zitten alle verdachte piraten veilig achter slot en grendel. Vanaf nu moeten we ze ook 24 uur per dag bewaken. Ik dacht lekker m’n bedje in te kunnen kruipen, maar omdat ze zo snel mogelijk uitgeleverd worden aan een ander land moeten de eerste gegevens worden verwerkt. Na een paar uur keihard doorwerken kan ik om half 6 eindelijk gaan slapen.

Een paar uur later meld ik me al weer voor de wacht. De werkzaamheden tijdens zo’n wacht bestaan uit het eten en drinken geven, naar de wc laten gaan, luchten en douchen van de verdachte piraten. Omdat ik van de administratie ben heb ik nog een neventaak: de logboeken vertalen in het Engels voor het geval deze moeten worden overgedragen aan een ander land. Het bewaken van de verdachte piraten zou uiteindelijk tot 1 september duren, dat waren toch 20 dagen. Gelukkig werden we tijdens het havenbezoek aan Salalah afgelost door een team van de Koninklijke Marechaussee.

(...)

(Koninklijke Marine, 17 september 2012)

Nawoord: de verdachte piraten zijn op 1 september vanuit Salalah overgevlogen naar de Seychellen, waar ze terecht zullen staan. Zie dit bericht van het ministerie van Defensie.

dinsdag 18 september 2012

Defensie: de operationele doelstellingen tot 2015

(Onderstaand de kabinetsambities v.w.b. Defensie zoals gepubliceerd in de Memorie van Toelichting op de Rijksbegroting. Voor de context en aanvullende details zie de volledige tekst, HdV)

(...)

Inzetbaarheidsdoelstellingen Defensie tot 2015

Met inachtneming van de beperkingen in operationele capaciteit als gevolg van de bezuinigingen hanteert Defensie voor deze kabinetsperiode de onderstaande inzetbaarheidsdoelstellingen. De inzetbaarheidsdoelstellingen brengen tot uitdrukking wat de krijgsmacht, binnen de financiële kaders voor de komende jaren, moet kunnen.

De krijgsmacht is inzetbaar voor:

1. De bescherming – en zo nodig verdediging – van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen;

2. Eenmalige bijdragen aan internationale interventieoperaties met:

• een taakgroep van brigadeomvang, inclusief helikopters;
• een squadron jachtvliegtuigen;
• een batterij Patriot-raketverdediging;
• een maritieme taakgroep, inclusief helikopters

Een combinatie van deze bijdragen of bijdragen met andere eenheden waarover de krijgsmacht beschikt, zijn eveneens mogelijk;

3. Langdurige bijdragen aan stabilisatieoperaties. Het gaat hierbij in het bijzonder om bijdragen:

• aan maximaal twee operaties te land met bataljonstaakgroepen;
• aan één operatie in de lucht met jachtvliegtuigen, waarbij als uitgangspunt gemiddeld acht toestellen worden ingezet;
• met een eenheid bewapende helikopters en een eenheid transporthelikopters;
• aan maximaal twee operaties op zee met, afhankelijk van de operationele vereisten, een fregat, een ander groot oppervlakteschip, Alkmaar klasse Mijnenbestrijdingsvaartuig (AMBV) of een onderzeeboot.

De krijgsmacht kan hiermee ook langdurig bijdragen aan de bescherming, in het bijzonder tegen piraterij, van aanvoerlijnen die van belang zijn voor de Nederlandse economie, de handhaving van een embargo of een vliegverbod en de bewaking van de buitengrenzen van de Europese Unie (Frontex). Een combinatie van deze bijdragen of bijdragen met andere eenheden waarover de krijgsmacht beschikt, zijn eveneens mogelijk. Voor de logistieke ondersteuning is de krijgsmacht vooral bij langdurige operaties gedeeltelijk afhankelijk van derden. In het geval van een beroep op de krijgsmacht ten behoeve van een interventieoperatie, kan het nodig zijn bijdragen aan stabilisatieoperaties – tijdelijk – te verminderen of te beëindigen;

4. Het optreden als leidinggevende natie (lead nation) op het niveau van een brigade of een maritieme taakgroep en, samen met andere landen, op legerkorpsniveau. Ook moeten in de domeinen zee, land en lucht staffunctionarissen kunnen worden geleverd aan internationale operationele staven;

5. De uitvoering van speciale operaties in het buitenland ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, met inbegrip van contraterrorisme-operaties en operaties ter evacuatie van Nederlandse staatsburgers;

6. Deelneming aan politiemissies, waaronder die van de European Gendarmerie Force (EGF), met functionarissen en eenheden van de Koninklijke marechaussee en aan kleinschalige missies met een civiel-militair karakter;

7. Het op voortdurende basis beschikbaar stellen van deskundigen uit de staande organisatie ten behoeve van de training en advisering van veiligheidsorganisaties in andere landen;

8. Bijdragen binnen de grenzen van het Koninkrijk aan de veiligheid van onze samenleving, onder civiel gezag. Het gaat hierbij in het bijzonder om:

• de uitvoering van structurele nationale taken, zoals de politietaken van de Koninklijke marechaussee (onder meer het grenstoezicht, de bestrijding van de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie), het beheer van de kustwachten in Nederland en in de Caribische delen van het Koninkrijk, de ruiming van explosieven op het land en te water en de bestrijding van het luchtvaartterrorisme (in het bijzonder met behulp van de quick reaction alert taak van jachtvliegtuigen);
• militaire bijstand bij de handhaving van de openbare orde en veiligheid evenals de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, zoals door middel van de structurele bijdrage aan de bijzondere bijstandseenheden;
• militaire bijstand bij de bestrijding van branden, rampen, crises of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, in overeenstemming met de bestuurlijke en wettelijke afspraken;

9. Het op verzoek van civiele autoriteiten met beschikbare middelen bijdragen aan internationale noodhulpoperaties.

(...)

(Rijksbegroting, 18 september 2012)